Zone.college Borculo raakt op bescheiden schaal in de ban van de neushoornkever

BORCULO – Het is een ontdekking waar onderwijskundig veel aan kan worden gekoppeld. De ‘groene’ vmbo-locatie van Zone.college Borculo raakt op bescheiden schaal in de ban van de neushoornkever.

Liever met je handen werken, maar toch in de boeken duiken of informatie verzamelen op internet. Het overkomt Twan Langeler uit Borculo en Gijs Wezinkhof uit Ruurlo. Beide scholieren van Zone.college Borculo, het vroegere AOC Oost, komen in hun examenjaar in een ontdekkingsrol terecht.

Engerlingen

Bij de inrichting van de ‘schoolakker’ aan de overkant van de Ruurloseweg zouden de leerlingen een pad van een semi-verhardingslaag van houtsnippers voorzien. Maar bij het in de kruiwagen scheppen van de snippers, stuitten de jongens op bijzondere beestjes. Op het eerste gezicht leken de larven van de neushoornkever op engerlingen, zoals die zich te goed doen aan de wortels van gazongras. Alleen dan ‘tig’ keer zo groot.

7 stuks

„Ik had er op een gegeven moment zeven op één schep”, zegt Twan. Waar de snippers precies vandaan kwamen, is niet bekend. Wel dat de neushoornkevers van harte welkom zijn op de school. Want het is een diersoort waar veel over te leren valt.  „De soort komt van oorsprong in zuidelijker gelegen landen voor”, zegt Gijs. Docent Daniël ter Haar: „De neushoornkever breidt zijn leefgebied uit. Dat lijkt vooral te maken te hebben met klimaatverandering.”

Op Zone.college is in eerste instantie wel nagegaan wat de gevolgen van de introductie van de kever  zouden kunnen zijn. „Maar het is geen boktor”, zegt Ter Haar, en lacht. Gijs: „Hij eet alleen houtsnippers. En vermolmd of verrot hout, want die snippers heb je anders niet zo in de natuur.”

Als de larve eenmaal een kever is, eet hij niets meer, en leeft maar vijf, zes dagen…

Twan Langeler

De larven, zoals die in Borculo opdoken, waren al jaren oud, zo hebben de onderzoekers vastgesteld. Inmiddels zijn ook al enkele kevers gesignaleerd. De mannetjes hebben de kenmerkende hoorn op hun kop, waaraan de kever zijn naam dankt.

Cyclus

Twan: „De neushoornkever heeft een cyclus van vijf, zes jaar. Alleen als de larve uiteindelijk neushoornkever wordt, is het gauw afgelopen: als kever eet hij niets meer, en leeft maar vijf, zes dagen…” Natuurlijke vijanden heeft de soort ook, waardoor niet elke larve aan zijn glorietijd als kever toekomt: sluipwespen injecteren eitjes in de larve, waaruit sluipwesplarven komen die hun gastheer van binnenuit oppeuzelen. Ter Haar is  ook onder de indruk van het laatste stadium van het insect; wanneer de kever echt een kever wordt. „Als de kevers vliegen, zijn het – voor insecten tenminste – imposante wezens. Ze maken ongeveer het geluid van een Chinook in het klein…”

Uitgezet

Dinsdag zijn de larven diep in een royale hoop houtsnippers uitgezet. Met een bordje met diverse weetjes erbij. Met een thermometer wordt de temperatuur in het binnenste van de hoop gemonitord, om de voortgang van het project te blijven volgen.  Ter Haar: „We hopen de dieren zodoende in onze schooltuin te houden. De soort is redelijk honkvast, dus daar gaan we voor.”

Bron: de Stentor